PKN
Protestantse gemeente te 's-Heer Hendrikskinderen
 
Diversen Diversen
In de dienst van 4 dec '23 o.l.v. de Werkgroep Eigen Diensten, werden er attenties geknutseld die als extra aandacht naar gemeenteleden zijn gebracht .

















Het Dr. Jan Koopmanspad
Goes heeft sinds enkele jaren zijn “Ds. W.H. van der Vegtplein”, waaraan de Vredeskerk ligt. Op 4 mei 2017 werd het pad bij de kerk van ’s-Heer Hendrikskinderen de naam gegeven van “Dr. Jan Koopmanspad”. Daarmee zijn twee bevriende predikanten, beiden leiding gevend in hun afwijzing van het nazisme en beiden in de oorlog omgekomen, nu ook beiden vernoemd. Jan Koopmans was van 1931 tot 1938 predikant in ’s-Heer Hendrikskinderen. Hij kwam van Elkerzee, zijn eerste gemeente, en hoopte hier, behalve verbondenheid met een gemeente, ook tijd te vinden voor studie. Op beide fronten vond hij wat hij zocht. Zijn hier geschreven proefschrift werd in 1983 heruitgegeven en wordt nog steeds gelezen. De genegenheid tussen hem en de gemeente was wederzijds. “Waarom ben ik er toch vandaan gegaan?” schreef hij nog enkele jaren na zijn vertrek aan een vriend. En toen in november 1940 zijn anonieme brochure “Bijna te laat” verscheen, waarin hij indringend waarschuwde tegen de bedoelingen van de bezetter met de Joden, herkenden bewoners van zijn oude dorp aan inhoud en stijl onmiddellijk hun oude dominee. Als je de verzuchting in de brief aan zijn vriend opvat als een echte vraag, dan is die wel te beantwoorden: Koopmans was een man van zulk formaat gebleken, dat hij in die kritieke jaren op centrale plaatsen moest worden ingezet. Eerst als studiesecretaris van de Nederlandse Christenstudentenvereniging en later als predikant in Amsterdam bereikte hij velen en was hij goed bereikbaar. Wat hij te bieden had, was vooral: een groot inzicht in de strekking van de bijbelse boodschap, niet vertroebeld door ingeburgerde misvattingen en stichtelijkheden; in dat verband een diep besef van de betekenis van Israël in Gods zelfopenbaring; de kunst dat alles ten goede te doen komen aan de prediking, onder meer via krachtige preekschetsen;  een diepe verbondenheid met de reformatorische traditie, vooral met Calvijn; banden met de belangrijkste theologische en kerkelijke stroming van dat moment, waarmee hij in één front stond tegenover het nazisme; en vooral een grote geloofsmoed. Zijn stelregel was: “Men moet op tijd de moed hebben, de moed opbrengen om te spreken en te handelen, ook als men helemaal niet moedig is.” Koopmans was zowel betrokken bij de officiële contacten van de kerken met de bezetter als bij illegaal werk. Hij heeft in Amsterdam veel kunnen doen voor Joden die onderduik of uitstel van deportatie via een doopbewijs zochten. Maar wat is “veel” in dit verband? Het zat Koopmans vooral dwars, dat hij zich zo moest inzetten – en natuurlijk, dat moest! – voor gedoopte Joden, dat het kon schijnen of de solidariteit met de Joden als zodanig er minder toe deed. En precies dat ging tegen alles in wat hij geloofde. Het moeten in Amsterdam jaren met veel bittere momenten zijn geweest. Geschokt was Koopmans ook door de dood van zijn Goese vriend: Ds. Van der Vegt kwam in september 1943 om bij een treinbeschieting bij Kapelle. Zelf werd Koopmans in maart 1945 op een onderduikadres geraakt door een verdwaalde kogel, afgevuurd bij een fusillade. Hij stierf enkele dagen later, nog geen veertig jaar oud. De schok was groot, blijkt in bewaarde theologenbrieven van die jaren.
Op 4 mei 2017 was in ’s-Heer Hendrikskinderen een kleine plechtigheid van de onthulling van twee straatnaambordjes met “Dr. Jan Koopmanspad” voor de kerk. Aansluitend was de jaarlijkse dodenherdenking. Een onderdeel was ditmaal een verhaal van ds. Niels den Hertog, bezig met een dissertatie over Jan Koopmans, over diens persoon en betekenis.
Ds. Max Staudt
 
Over de visitatie.
Op 27 juni waren bij ons op bezoek mevrouw C.P. de Bruijn en mevrouw ds. P.H. Couvée. Nadat we vooraf enige informatie over onze gemeente hadden gegeven, voerden zij gesprekken met de predikant, met de kerkenraad en met beiden samen. Bovendien was er gelegenheid voor gemeenteleden om vanuit hun perspectief te vertellen over sfeer en activiteiten in onze gemeente. Hiervan werd door enkelen gebruik gemaakt, die het wel een beetje jammer vonden dat zij weinig tijd kregen om een duidelijk beeld te geven – iets waar ze zich toch op hadden verheugd. Uit de verslagen die de visitatoren ons toezonden blijkt, dat goed over het voetlicht is gekomen: we zijn blij dat we het met elkaar rooien, al voelen we de vergrijzing en de moeite om ambtsdragers (diaconie!) te vinden – waar dan weer tegenover staat dat er een grote inzet is van veel vrijwilligers en dat het systeem van taakgroepen goed werkt. Van hun kant wijzen de visitatoren op de mogelijkheid van duo-ambtsdragers. Verder (zeggen zij) is het ambt niet alleen een opgave, het brengt je ook mooie dingen – misschien dat dat accent nog eens iemand over de streep trekt.
 
Over de visitatie in Saksen (1527-1528)
Hierover bericht Maarten Luther: “Lieve God, wat een ellende ben ik tegengekomen! De gewone man of vrouw, vooral in de dorpen, weet absoluut niets van het christelijke geloof en ongelukkig genoeg zijn veel predikanten volkomen onbekwaam en ongeschikt als leraar. Ze heten dan allemaal christenen, zijn gedoopt en ontvangen het heilig sacrament, maar kennen intussen het Onze Vader niet, noch de Geloofsbelijdenis of de Tien Geboden. Het gevolg is dat ze leven als onnozel vee of varkens zonder verstand. En ook al is het evangelie er nu weer, ze zijn vooral meesters in het misbruik maken van hun vrijheid.” Waar gaat het naartoe met de wereld?

 
terug
 
 
Nieuw
meer
 
D
 

 
 
meer
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.